God

Mijn grootste bron van inspiratie wil ik op deze pagina niet buiten beschouwing laten: God.

Het is verleidelijk nu in een soort beschrijving te gaan over wie ik denk dat God is. Dat is mij afgeleerd door Anna. Ken je haar? Anna uit het boekje: ‘Hallo meneer God….. met Anna’. Een klein meisje van 6 jaar dat beter dan ik ooit elders heb gelezen het wezen van God weet te typeren of juist begrijpt dat het beter is daar uit te blijven. Ik citeer haar daarom graag:

Anna: “Op welke manier of in welk stadium je Meneer God begrijpt, altijd verklein je hem. Hij wordt een te begrijpen wezen te midden van andere begrijpelijke wezens. Zo brokkelen er altijd stukjes van Meneer God af, je hele leven lang, tót het ogenblik komt dat je eerlijk en vrijuit toegeeft dat je Meneer God helemáál niet begrijpt. Op dat moment laat je Meneer God zo groot zijn als hij werkelijk is en whammm, dan lacht Hij naar je.”
(Hallo meneer God.. met Anna, Fynn 128)

In mijn eerste zangsessie bij Jan Kortie vroeg hij aan mij wat ik wilde leren. “Ik wil de liefde van God zingen” hoorde ik mijzelf zeggen, het schaamrood steeg me direct naar de kaken. Dat klonk me veel te hoogdravend natuurlijk en ik was bang dat Jan een smalende glimlach zou moeten onderdrukken of misschien zelfs een heftige proestbui. Als dat zo was deed hij dat knap want eigenlijk vertrok zijn gezicht geen spier. Sterker nog, hij keek alsof hij precies begreep wat ik bedoelde en schreef netjes op z’n papiertje: liefde-van-God-zingen.
Het was het begin van een diepgaand onderzoek naar wat dan het lied van God in mij is. Er klinken zoveel liederen in mij, zoveel elkaar tegensprekende stemmen. Zoveel schreeuwende stemmen ook. Hoe vind ik de stem van de liefde en hoe vind ik de moed die te zingen? Ik ben nog steeds onderweg. ‘We hebben de eeuwigheid tot onze beschikking’ zegt Jan altijd geruststellend.

Eén manier waarop ik mijn liefde zing is door anderen aan te moedigen hetzelfde te doen. Dat is waar het mij ten diepste om begonnen is in dit werk; dat wij allemaal weer het lied van onze ziel mogen zingen, de liefde van God zoals die zich in ons wil uitdrukken. Het prachtigste visioen dat ik daar dan over heb is dat de goddelijkste harmonie hoorbaar wordt die we ons maar enigszins voor kunnen stellen.

You may say I’m a dreamer, but I’m not the only one. I hope someday you will join us. And the world will be as one.