Over de moed tot zichzelf

Een mens moet z’n gang gaan, steeds maar z’n gang gaan. Deze eenvoudige, alledaagse en afgesleten uitdrukking is eigenlijk zwaar van betekenis, als je hem op z’n oorsprong nagaat – Etty Hillesum

 

Al vanaf mijn vroege adolescentie is Etty Hillesum een grote bron van inspiratie voor mij. Etty was een joodse vrouw die op 29-jarige leeftijd overleed in Auschwitz. Zij liet haar dagboeken na die de ongelooflijke rijkdom van haar innerlijk leven blootleggen. Op 15 januari was het honderd jaar geleden dat zij is geboren. Moge deze nieuwsbrief een eerbetoon zijn aan haar grote wijsheid en moed. Alle schuingedrukte citaten zijn van haar.

Wat mij het meest getroffen heeft in haar dagboeken, is haar vermogen om in de meest gruwelijke en ontmoedigende omstandigheden contact te houden met haar innerlijke bron van liefde, vreugde en dankbaarheid. Haar liefde ging evenzeer uit naar de daders als naar de slachtoffers van de oorlog. Door alle ellende heen bleef zij de schoonheid in haar broeders en in het leven zien.

In zo’n kamp moet toch een dichter zijn, die het leven daar, ook daar, beleeft als dichter en die er van zal kunnen zingen. (vanuit kamp Westerbork)

In een omgeving die beheerst wordt door angst en dood, kan een dergelijk zingen alleen voortkomen uit een diepe verbondenheid met de bron van leven die niet geraakt wordt door omstandigheden.

Ik geloof overigens helemaal niet aan omstandigheden. Er blijft nog altijd ergens een kleine speelruimte, waar men z’n eigen leven bouwen kan. Eenvoudig is dat niet, maar waarom moet het altijd eenvoudig zijn?

Ik wilde net als Etty kunnen zingen en liefhebben, wat de omstandigheden ook zijn. Makkelijk is dat inderdaad totaal niet. Elke dag weer trap ik erin. Elke dag weer laat ik mijn stemming en mijn gang beïnvloeden door wat er op mij af komt. En elke dag weer realiseer ik me dat ik alwéér vergeten ben mijn ogen te sluiten en te luisteren. Diep naar binnen te luisteren, naar het lied dat uit mijn ziel opwelt.

Beluisteren, wat er opstijgt uit jezelf. Veel van wat je doet is toch imitatie of ingebeelde plicht of valse voorstellingen van hoe een mens moet zijn. De enige zekerheid hoe je moet leven en wat je moet doen, kan toch alleen maar opstijgen uit die bronnen, die daar bij jezelf in de diepte borrelen.

Ben ik horizontaal afgestemd, ofwel: laat ik mijn gang bepalen door mijn omgeving, door ingebeelde plicht of valse voorstellingen, of ben ik verticaal afgestemd en laat ik mijn gang inspireren vanuit een hogere, of zo je wilt, diepere bron? Ga ik mijn eigen gang of loop ik in de pas? Zing ik mijn eigen lied of probeer ik voortdurend in harmonie te blijven met mijn omgeving?

Je eigen gang doet er toe, zo wist ook Etty. We zeggen niet voor niets soms: ga je goddelijke gang! In die eigen gang zit iets goddelijks besloten, iets van het mysterie van het leven. Je eigen gang gaan is daarmee veel méér dan doen waar je zin in hebt.

 Trouw. werkelijk trouw aan zichzelf en aan de waarden, die men hoog schat en de moed hebben zich ter wille van die trouw onbemind te maken bij anderen.

De moed om vals te zingen dus. Om uit de toon te vallen. Om uit de maat te dansen, als dat is wat waar is voor jou. De moed om naar binnen te luisteren, ook al hoor je dan misschien niet direct de allermooiste klanken. Ook al voel je je misschien niet meteen thuis in die binnenkamers. De moed om gehoor te geven aan de klanken die jij van binnen hoort en daar in alle vrijheid expressie aan geven. De ‘moed tot zichzelf’ noemt Etty dat.

In de moed tot jouw Zelf. Omwille van jouw vreugde en vrijheid. Omwille van het liefdevolle lied dat jij in wezen bent en uit volle borst zou willen zingen. Eenvoudig is dat niet altijd maar dat hoeft ook niet. Want als Etty het kon in omstandigheden die de onze verre overstijgen in lastigheid, dan zou het voor ons toch niet wérkelijk te hoog gegrepen hoeven zijn?

En dat mijzelve, dat allerdiepste en allerrijkste in mij, waarin ik rust, dat noem ik God. Het wezenlijkste en diepste in mij dat luistert naar het wezenlijkste en diepste in de ander. God tot God.