Over vergeving en vreugde

Wordt het niet eens tijd om naast het herdenken van de slachtoffers, ook de daders te vergeven? – Julika Marijn

Bovenstaande uitspraak deed Julika Marijn een aantal jaren geleden en ik vond ‘m geweldig. Ik heb wel iets met vergeven. Gezien mijn Gereformeerde achtergrond heb ik ook nogal wat met schuld namelijk. Vandaar, op Bevrijdingsdag 2014, een column over het kwaad, schuld, vergeving én vreugde.

De stelling luidt als volgt:
In ieder van ons klinken twee liederen. De ene heeft als grondtoon liefde. De andere angst. Meer zijn er niet. Wel een hoop variaties op dat thema. Het lied dat als grondtoon liefde heeft kenmerkt zich door boventonen die klinken als: vreugdevol, overvloedig, vol vertrouwen en zachtmoedig. Het lied van de angst kent vele onaangename klanken, zoals daar zijn: oordeel, aanval, gevoelloosheid en manipulatie. Vanwege haar grillige boventonen is het maar al te lastig hierin de grondtoon van angst te herkennen.
Het lied van angst, in welke vorm dan ook, beroept zich altijd op (pijnlijke) ervaringen uit het verleden. Het lied van de liefde heeft weet van het onbelaste, eeuwige en vervulde nu.

In mijn vorige blog schreef ik over Etty Hillesum en haar bewonderenswaardige vermogen de daders van de oorlog te vergeven. Er zijn nog meer Joodse vrouwen uit die tijd die mij zeer geïnspireerd hebben:

Alice Miller, een joodse psychologe die er door ervaring in haar psychoanalytische praktijk van overtuigd was geraakt dat menselijke destructiviteit niet aangeboren is, deed onderzoek naar het verleden van Hitler. Als zijn grote destructiviteit als grondtoon angst heeft gehad moet zijn verleden zeer beangstigend zijn geweest. “Zijn drang om te moorden,” zo ontdekte Miller, “was de expressie van het tragisch lot van dagelijkse, ernstige fysieke en emotionele mishandeling in zijn kinderjaren.”

Hannah Arendt, een joodse filosofe, woonde na de oorlog in Jeruzalem het proces tegen Eichmann, één van de hoofdverantwoordelijken van de massamoord op Joden, bij. Zij wilde begrijpen hoe iemand tot deze gruweldaden in staat kon zijn. Haar conclusie: “de mensen die het kwaad vertegenwoordigen zijn geen monsters, maar heel gewone mensen zoals jij en ik – ze zijn alleen opgehouden met nadenken.”

Etty Hillesum werd wel het ‘denkende hart van de barak’ genoemd. Zij was in staat de daders te vergeven, omdat zij niet gestopt was met denken. Denken met haar hart wel te verstaan. Iemand die denkt met zijn hart hoort, in het hier en nu, het lied van de liefde nog, ondanks alle lelijkheid om hem heen. Iemand die denkt met zijn hart ziet angst in plaats van kwaad. Iemand die denkt met zijn hart hoort een roep om hulp in plaats van een aanval.

Wat een zegen zou het zijn als iemand in mijn ‘lelijkheid’ mijn angst en dus mijn roep om hulp kan horen. Als iemand mij niet veroordeelt, maar helpt om de pijn onder mijn angst te voelen en er expressie aan te geven. Als iemand mij zodoende helpt het verleden los te laten en veilig aan te komen in het hier en nu, waar ik het lied van de liefde in mij weer kan horen. En wat een geluk als ik dit lied van mijn Ziel weer vrij-uit en voluit kan zingen, zodat ik mijn stem kan voegen bij het koor van ware vreugde dat ergens in mij altijd klinkt, hoe lelijk ik ook doe.

Verscholen achter angst en beven
voorbij de mist van lelijkheid
wacht stil jouw stem,
in liefde gegeven,
op slechts een vleugje zekerheid.

Omgeven door vergeten tranen
en angst voor diepe eenzaamheid
maar nooit verloren
altijd zingend
roept zij jou zacht naar eigenheid

Want prachtig mens
en schone ziel,
wacht niet tot jij herkent
Die stille stem
een prachtig lied,
dát is wie jij bent.